Niverance - deel 4

Welkom bij deel 4 van Niverance! Duik verder in het verhaal en ontdek nieuwe wendingen en inzichten. Dit is een vervolg op de vorige hoofdstukken, dus zorg ervoor dat je bij bent om niets te missen.

Deel 4: hoofdstukken VII en VIII

Hoofdstuk VII — De drie namen


Thuis besloot ik de map te herstructureren.
Tot nu toe had het dossier mij geleid; ik wilde de rollen omdraaien.
Ik legde alle documenten, notities en artefacten op volgorde van vermoedelijke datering.

Op de achterkant van de kaart van Grand-Lieu stond heel vaag een lijst van drie namen.
Ze werden pas zichtbaar onder fel licht, alsof iemand het zo had bedoeld.

  1. Lina Berthoux

  2. Henri Delaume

  3. “S.” — initialen, verder niets

Berthoux kende ik.
Delaume was mij vaag bekend: een sociaal-ecologisch planner die in 1979 abrupt ontslag nam en 'geen publieke verklaring wenste af te leggen'.

Maar de derde naam — of eerder het ontbreken ervan — trok mijn aandacht.
Waarom slechts een initiaal?
En waarom de aanhalingstekens eromheen, alsof de persoon slechts bij benadering bestond?

Ik zocht in de universiteitsdatabank naar Delaume.
Blokkade.
'Toegang geweigerd wegens herziening van archiefrechten.'

Ik typte Berthoux.
Geen resultaten, zelfs niet in vergeten bibliotheken.

Toen typte ik Niverance.
Het systeem haperde.
Ruis op het scherm.
En toen, heel even, een melding die onmiddellijk weer verdween:

'Consultation partielle autorisée — niveau 0.'

Ik had dat nog nooit gezien:
toestemming zonder verzoek.

En onderaan flitste een boodschap voorbij, misschien zelfs bedoeld voor mij:

'Vous avez déjà commencé.'

Het scherm doofde.

Ik zat in het donker, alleen, maar niet langer met het gevoel dat ik iets onderzocht.
Eerder dat ik werd bevraagd.

Door wie?
Door wat?

Misschien was dat de verkeerde vraag.
Misschien moest ik mij afvragen waarom Niverance überhaupt opnieuw aan de oppervlakte kwam —
en waarom via míj?

Drie namen, drie lijnen.
Maar het waren de aanhalingstekens rond de "S." die bleven hangen in mijn gedachten.
Initialen hebben geen aanhalingstekens. Woorden of citaten hebben aanhalingstekens.

Ik besloot te zoeken in de analoge sectie van het universiteitsarchief — de plaats waar digitale protocollen ophouden en het menselijke wanbeheer begint: dozen vol vergeelde inventarissen, slecht genummerd, nauwelijks gecatalogiseerd.

Een oudere medewerker, Gérard, zat achter de balie. Hij werkte er al sinds het papieren tijdperk.

Toen ik vroeg naar materiaal over Henri Delaume, schoof hij zijn bril naar beneden en keek me aan met een blik die ik niet meteen kon duiden:
niet wantrouwig, eerder… voorzichtig.

“Delaume,” herhaalde hij zacht.
“Dat is lang geleden.”

Hij verdween in een achterkamer en kwam terug met een map die niet uit het archief leek te komen, maar uit zijn eigen privécollectie: een harde kaft uit de jaren zeventig, rafelige hoeken, geen label.

“Deze stond niet in de officiële inventaris,” zei hij terwijl hij ze voor me neerzette.
“Maar soms bewaart een mens wat hij niet begrijpt.”

Ik opende de kaft.

Bovenaan het eerste vel stond in grote, hoekige letters:

S. – Notes supplémentaires (non publiées)

S. had dus werkelijk bestaan.
En had documenten nagelaten.

Maar het tweede wat me opviel, was dat nergens een volledige naam stond.
Geen datum.
Geen handtekening.

Alsof deze persoon opzettelijk uit het instituut geschreven was.

Onderaan een blad vond ik een zin die mijn keel droog maakte:

“La disparition est une méthode d’organisation.”

Ik sloot de map, bedankte Gérard en liep naar buiten, de koude lucht in.
Ik voelde iets verschuiven. Niet in mij, maar in het verhaal zelf.

Hoofdstuk VIII — Het metalen plaatje

 

's Avonds legde ik alle documenten opnieuw op tafel, waaronder de nieuwe map van Gérard.
Ik merkte iets dat ik eerder had gemist: de data van de originele rapporten van Berthoux, de notities van Delaume, en de fragmenten van S. vormden samen een reeks die niet chronologisch of thematisch was, maar ritmisch.

1973 — Berthoux (observatie)
1974 — Berthoux (structuren)
1976 — Delaume (planning)
1977 — Berthoux (interferentie)
1978 — S. (aanvullende notities)
1980 — Sluiting

Vijf stappen, dan stilte.
Een cyclus.

Alsof Niverance geen project was, maar een sequentie.
Een proces dat zichzelf telkens voltooide en daarna verdween.

Ik plaatste mijn eigen datum ernaast:
2025 — 'Reactivering?'

Dat tijdstempel was geen toeval.
Iemand had het aangeduid.

Ik besloot de notities van S. volledig te lezen.
De handschriften waren onregelmatig, alsof ze in het veld waren geschreven, of in haast:

'Le pouvoir fixe.
L’organisation fluide.
Entre les deux: la zone où l’humain redevient possible.'

En dan, bijna achteloos, een zin die alles oplichtte:

'Niverance n’existe que lorsqu’elle n’est pas vue.'

Ik las de zin opnieuw.

En nog eens.
Het was geen metafoor. Het was een instructie.


Die nacht werd ik wakker met een gevoel dat er iemand in mijn kamer was geweest.

Ik stond op en liep naar mijn bureau.
De map lag open!

En een klein metalen plaatje, ter grootte van een visitekaart, lag erbij.
Ik draaide het om.

Op de achterkant stond een inscriptie, onmiskenbaar met de hand gegraveerd:

'OBSERVATEUR PROVISOIRE — NIVÉL. 1'
Ik liet het metaal door mijn vingers gaan, en legde het naast de namenlijst.
En keek opnieuw naar het metalen plaatje.

'Voorlopige observator - niveau 1'. Werd ik nu opgenomen in een functie waarvan niemand me de betekenis had uitgelegd?

Het metalen plaatje suggereerde dat die rol opnieuw was geopend.

 

© 2025 Grijze Sater — 9 december 2025.
Redactionele ondersteuning: ChatGPT.