Niverance - Deel 6
We naderen stilaan de ontknoping in dit zesde deel van Niverance. Een vervolg op de vorige delen waarin de spanning stijgt. Blijf lezen om geen enkel detail te missen!
Deel 6: hoofdstukken XI en XII
Hoofdstuk XI — De reconstructiecel
De dag na Morels bezoek ontving ik een officiële convocatie van een overheidsdienst waarvan ik nog nooit had gehoord:
'Federale Cel voor Sociaal-Structurele Reconstructie (FCSR).
Aanwezigheid verplicht. Locatie volgt.'
FCSR. Geen website. Geen adres. Geen historiek.
Een naam die duidelijk een rookgordijn was.
De bijeenkomst vond plaats in een gebouw dat vroeger een postkantoor was geweest.
Binnen zaten zes mensen aan een lange tafel.
Geen naamplaatjes.
Geen digitale apparatuur.
Alleen papieren dossiers, alsof elektronische sporen te riskant waren.
Een vrouw met een korte, militaire snit opende:
“U hebt materiaal in bezit dat niet langer bestaat.
Hoe hebt u dit verkregen?”
Ik gaf geen details.
Dat kon niet.
Bovendien was het niet waar: ik had het niet verkregen — het had mij gevonden.
De man rechts van haar sloeg een dossier open.
Mijn naam stond bovenaan.
Daaronder: een overzicht van mijn onderzoeksinteresses, reizen, publicaties, maar ook dingen die ik nooit had ingevoerd in enig systeem.
Zoals de exacte data waarop ik het Sumatramateriaal benaderd had — zelfs vóór het werd geblokkeerd.
“Uw profiel suggereert dat u vatbaar bent voor niet-lineaire structuren,” zei hij.
“Niet-lineaire structuren?” vroeg ik.
“Patroonvorming buiten verticale modellen,” zei de vrouw.
“U begrijpt dat dit politiek gevoelig is.”
En toen kwam het:
“We willen dat u ons vertelt wat u weet over cyclusvorming binnen alternatieve gemeenschapsmodellen.”
Cyclusvorming.
Een term die alleen voorkwam in de notities van S.
Ik keek hen aan.
Zij wisten méér dan ze wilden toegeven.
Maar ze wisten niet genoeg — anders hadden ze mij niet nodig.
"Ik wil eerst weten,” zei ik langzaam, “in welke hoedanigheid u dit vraagt.”
De vrouw glimlachte ijskoud.
“Als vertegenwoordigers van de staat.”
Morel had gelijk gehad: stilstand trekt aandacht.
“U wordt verwacht,” zei de man,
“ons te informeren zodra u toegang krijgt tot bijkomende gegevens.”
“En als ik dat weiger?”
Ze vouwde haar handen samen.
“Dan beschouwen wij uw functie als beëindigd.”
“Welke functie?” vroeg ik.
Ze wisselde een blik met de anderen.
En toen zei ze:
“De functie die u nog niet hebt geaccepteerd.”
Na de bijeenkomst ging ik rechtstreeks naar huis.
Thuis keek ik naar de enveloppe die Morel op tafel had gelegd.
Zijn instructie was duidelijk geweest: pas wanneer ik niet meer onderscheidde wat ontdekt was van wat onthouden was.
Ik zette mij neer en keek naar de kaart van Grand-Lieu.
Toen zag ik het — de lijnen van het meer klopten niet.
Niet de vorm. Die was correct.
Maar de diepte-index, de hydrologische zonering viel me nu pas op: er stond een heel klein gebied aangeduid als bewoonbaar terrein.
Een plateau, net hoog genoeg om droog te blijven.
Precies waar La Virette lag. Precies waar de gemeenschap nooit officieel had bestaan.
Ik pakte mijn bril en hield de kaart tegen het licht.
Toen zag ik het, midden in die zone stond één woord:
'Cycle 2 — interrompu.'
De onderbreking was geen mislukt experiment.
Ze was ingegrepen.
Hoofdstuk XII — Het plateau
Ik vertrok nog voor zonsopgang, met alleen de kaart en de enveloppe van Morel.
Het meer van Grand-Lieu lag stil, een uitgestrekte spiegel waarin zelfs de wind zich leek te verbergen.
Rechts lag een kleine houten sloep, vastgebonden aan een verweerd vlonderpad dat nog nauwelijks zijn eigen vorm leek te herinneren.
Ik durfde het aan en zette koers naar de plek die volgens de coördinaten de verborgen zandstrook moest onthullen.
Het kleine plateau tekende zich af als een stille plek die vergeten leek maar toch ademde.
“Vous êtes le premier à revenir avec un regard qui ne cherche pas à dominer.”
Ik draaide mij om.
De vrouw uit La Virette stond aan de rand van het water.
"C’était ça, Niverance?", vroeg ik.
Ze schudde het hoofd.
“Ceci est ce qu’il en reste. La forme est partie. La logique demeure.”
Ik wees naar de indrukken in de grond.
"Qu’est-ce qui s’est passé ici?"
Ze aarzelde.
"Ils n’ont pas détruit la communauté. C’était impossible.
Ils n’en ont détruit que la traduction : archives, cartes, souvenirs, noms.
Mais ce qu’une communauté devient lorsqu’elle échappe au pouvoir… cela ne s’efface pas."
Ik stond op.
"Pour quelle raison cela a-t-il été interdit?"
Ze keek me aan alsof ik een vraag stelde die maar één politiek antwoord kon hebben:
“Parce que ce qui ne se laisse pas contrôler, se laisse toujours craindre.”
© 2025 Grijze Sater — 11 december 2025.
Redactionele ondersteuning: ChatGPT.